Ga naar hoofdinhoud
Let op! U belegt buiten AFM-toezicht.Geen prospectusplicht voor deze activiteit.
Kenniscentrum4 min leestijd

Groene obligaties: wat zijn het en hoe werken ze?

Groene obligaties zijn leningen waarvan de opbrengst naar klimaat- en milieuprojecten gaat. Hoe werken ze, welke standaarden gelden, wat zijn de risico's?

Gepubliceerd op 18 juli 2026

Groene obligaties, ook wel green bonds genoemd, zijn leningen waarvan de opbrengst bestemd is voor projecten met een milieuvriendelijk of klimaatpositief karakter, zoals duurzame energie, energiezuinige gebouwen of natuurherstel. Ze zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de meest gebruikte instrumenten voor duurzame financiering.

Hoe werkt een groene obligatie?

Een groene obligatie werkt in principe hetzelfde als een gewone obligatie: een uitgevende partij leent geld van beleggers, betaalt daarover rente en lost de hoofdsom af aan het einde van de looptijd. Het verschil zit in de bestemming van de opbrengst: die moet aantoonbaar worden gebruikt voor groene doeleinden, en de uitgever rapporteert doorgaans over de besteding.

Uitgevers zijn overheden, bedrijven en financiële instellingen. De Nederlandse Staat gaf in mei 2019 zijn eerste groene staatsobligatie uit, met een looptijd van twintig jaar. Volgens het Agentschap van het Ministerie van Financiën (DSTA) werd daarbij bijna €6 miljard uitgegeven, bij een totale vraag van ruim €21 miljard.

Green Bond Principles en de Europese groene obligatie

De markt voor groene obligaties wordt grotendeels gestructureerd door de Green Bond Principles (GBP) van de International Capital Market Association (ICMA). Deze vrijwillige richtlijnen kennen vier kerncomponenten: het gebruik van de opbrengst voor groene projecten, het proces voor evaluatie en selectie van projecten, het beheer van de opbrengst, en rapportage over besteding en impact. Externe beoordelingen en certificeringen, zoals de Climate Bonds Standard, bieden aanvullende toetsing.

Daarnaast bestaat sinds 21 december 2024 de Europese groene obligatie (European Green Bond, EuGB), op grond van Verordening (EU) 2023/2631. Ook dat label is vrijwillig. Wie het gebruikt, moet de opbrengst in beginsel besteden aan activiteiten die voldoen aan de EU-taxonomie, met beperkte ruimte voor uitzonderingen, en moet de obligatie extern laten toetsen.

Risico's van groene obligaties

Groene obligaties hebben in beginsel hetzelfde kredietrisico als gewone obligaties van dezelfde uitgevende partij. Het groene label zegt iets over de bestemming van de opbrengst, niet over de kredietwaardigheid. Kan de uitgever niet aan zijn verplichtingen voldoen, dan kunnen rente en aflossing uitblijven. Daarnaast is er renterisico: stijgt de marktrente, dan daalt de marktwaarde van een obligatie met een vaste rente.

Een aanvullend risico is greenwashing: de opbrengst gaat naar projecten die als groen worden gepresenteerd, maar weinig werkelijke milieu-impact hebben. Beleggers doen er verstandig aan het impactrapport en de onafhankelijke beoordeling te raadplegen.

Groene obligaties en de fiscale groenregeling

Groene obligaties zijn niet hetzelfde als groene beleggingen in fiscale zin. Onder de Nederlandse groenregeling kunnen beleggingen in door de overheid aangewezen groenfondsen in box 3 fiscaal voordeel opleveren. Volgens de Rijksoverheid wordt die regeling vanaf 2027 afgebouwd. Een obligatie met een groen label valt daar niet automatisch onder. De obligaties en fondsen van GroenVermogen zijn geen aangewezen groene beleggingen en geven geen recht op dit fiscale voordeel.

Groene obligaties versus directe beleggingen in natuur

Groene obligaties van grote uitgevers zijn doorgaans beursgenoteerd en daardoor beter verhandelbaar dan fondsen die rechtstreeks in land of projecten beleggen. De blootstelling is wel indirect: u heeft een vordering op de uitgevende partij, niet op het onderliggende groene project. Een fonds als het Duurzaam Projectenfonds belegt juist rechtstreeks in klimaat- en natuurprojecten, met een eigen risico-rendementsprofiel en een beperkte verhandelbaarheid.

Het team achter GroenVermogen gaf sinds 2020 de Groene Obligaties van Green.Earth uit. Die uitgifte is volledig geplaatst en gesloten. Op de pagina over de Groene Obligaties van Green.Earth leest u hoe die obligaties werkten en welke beleggingen er nu op voortbouwen.

Duurzaam Rentmeesterschap: een obligatie van GroenVermogen

Duurzaam Rentmeesterschap is geen fonds, maar een obligatie, uitgegeven door Stichting GroenVermogen Fonds IV. De stichting leent de opbrengst door aan GroenVermogen Duurzaam Vastgoed B.V., die land, erfgoed en pachtvastgoed koopt en bezit. Obligatiehouders hebben een vordering op de stichting en geen eigen hypotheekrecht. Als zekerheid voor de lening van de stichting aan de B.V. is een eerste hypotheekrecht op het vastgoed beoogd, ten gunste van de stichting.

De obligatie heeft een vaste rente van 6% per jaar, maandelijks betaald, en een looptijd van vier jaar. Rentebetaling en terugbetaling van de inleg zijn niet gegarandeerd. De obligatie wordt naar verwachting op 1 januari 2027 opengesteld; de voorwaarden, het informatiedocument en de SFDR-classificatie worden vóór uitgifte vastgesteld.

Aan beleggen zijn risico's verbonden, waaronder het risico dat u (een deel van) uw inleg verliest. Raadpleeg de documentatie van een obligatie of fonds voor de volledige risicobeschrijving.

Disclaimer: Dit artikel is informatief van aard en vormt geen beleggingsadvies, geschiktheidsbeoordeling of aanbeveling. Aan beleggen zijn risico's verbonden, waaronder het risico van verlies van uw inleg. Raadpleeg de fondsbrochure en het Essentieel Informatiedocument (EID) voor een volledige risicoanalyse.

Vragen over dit onderwerp?

Een fondsspecialist legt de strategie en kenmerken van elk fonds toe. Vrijblijvend gesprek, altijd een vaste contactpersoon.