
Begrippenlijst duurzaam beleggen
Duurzaam beleggen wordt makkelijker als u de termen begrijpt. Wij leggen de belangrijkste begrippen helder uit.
102 begrippen
A
- Aandeel
- Een bewijs van mede-eigendom in een onderneming. Als aandeelhouder deelt u mee in eventuele winst (via dividend) en in de waardeontwikkeling van het bedrijf.
- Aandelenfonds
- Een beleggingsfonds dat het ingelegde geld van deelnemers belegt in aandelen. Zo spreidt u uw inleg over meerdere bedrijven zonder ze zelf te hoeven selecteren.
- Additionaliteit
- Additionaliteit is het principe dat een project alleen als impactvol telt wanneer die impact zonder de investering niet zou zijn ontstaan. Het is een belangrijke kwaliteitseis voor CO₂-certificaten.
- AFM
- Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandse toezichthouder op de financiële sector.
- Agroforestry
- Landbouw waarbij bomen worden gecombineerd met gewassen of vee op hetzelfde perceel. Dit verbetert de bodem, legt meer CO₂ vast en vergroot de biodiversiteit vergeleken met monoculturen.
- AIFMD
- Alternative Investment Fund Managers Directive. De Europese richtlijn voor beheerders van alternatieve beleggingsfondsen. Beheerders die onder bepaalde drempels blijven kunnen een vrijstelling gebruiken.
- Alternatief beleggen
- Beleggen buiten de reguliere aandelen- en obligatiemarkten, bijvoorbeeld in private equity, vastgoed, pachtgrond of projecten. Zulke beleggingen zijn vaak minder liquide, maar bewegen ook minder mee met de beurs.
- Artikel 6 (SFDR)
- Fondsen die duurzaamheidsrisico's meewegen in hun beleggingen, maar geen duurzame kenmerken nastreven. Dit is de basiscategorie van de SFDR, zonder extra duurzaamheidsverplichtingen.
- Artikel 8 (SFDR)
- Fondsen die financieel resultaat combineren met het bevorderen van ecologische of sociale kenmerken. Duurzaamheid is niet het enige doel, maar wel een uitgesproken onderdeel van de strategie.
- Artikel 9 (SFDR)
- Fondsen met duurzaamheid als uitdrukkelijk doel. In beginsel moet elke geïnvesteerde euro aantoonbaar bijdragen aan een meetbaar duurzaam resultaat, zonder andere doelen ernstig te schaden. Dit is de categorie met de zwaarste duurzaamheidseisen binnen de SFDR.
- Asset allocatie
- Hoe u uw portefeuille verdeelt over beleggingscategorieën zoals aandelen, obligaties, vastgoed en alternatieve beleggingen, passend bij uw risicoprofiel en uw doelen.
B
- Beleggingshorizon
- De periode waarover u verwacht te beleggen voordat u uw geld weer nodig heeft. Bij een langere horizon kunt u vaker kiezen voor minder liquide beleggingen met een hoger verwacht rendement.
- Benchmark
- Een maatstaf waarmee de prestaties van een fonds worden vergeleken, bijvoorbeeld een beursindex.
- Beoogd voorschotdividend
- Een tussentijdse uitkering die een fonds tijdens de looptijd nastreeft, vooruitlopend op het eindresultaat. Het is een streefwaarde, geen gegarandeerde uitkering.
- Beursnotering
- De toelating van een aandeel of fonds tot de handel op een effectenbeurs. Daardoor is het dagelijks verhandelbaar tegen de actuele koers.
- Bewaarder
- Een juridisch zelfstandige partij die de bezittingen van het fonds bewaart en bewaakt. Het fondsvermogen staat volledig los van het bedrijfsvermogen van de fondsbeheerder.
- Biodiversiteit
- De verscheidenheid aan leven op aarde: alle soorten, hun genen en de ecosystemen waarin ze samenleven. Een rijke biodiversiteit houdt natuur en samenleving gezond, en steeds meer beleggers zien het behoud ervan als voorwaarde voor een stabiele economie.
- Biodiversiteitscertificaten
- Verhandelbare eenheden die staan voor een meetbare, geverifieerde bijdrage aan het herstel of behoud van biodiversiteit. Vergelijkbaar met CO₂-certificaten, maar gericht op natuur.
- Biodiversiteitscredits
- Engels/gangbare term voor biodiversiteitscertificaten.
- Broeikasgassen
- Gassen die warmte vasthouden in de atmosfeer en zo bijdragen aan klimaatverandering, zoals CO₂, methaan en lachgas. De totale uitstoot wordt uitgedrukt in CO₂-equivalent.
C
- Calloptie
- Het recht om een onderliggende waarde, zoals een aandeel, binnen een bepaalde periode tegen een vaste prijs te kopen. Een calloptie wordt gekocht bij een verwachte koersstijging.
- Carbon credits
- Engels voor CO₂-certificaten.
- Certificeringsstandaard (Verra, Gold Standard)
- Onafhankelijke standaarden die de kwaliteit en meetbaarheid van CO₂-certificaten borgen. Verra (VCS) en Gold Standard zijn twee bekende voorbeelden.
- Circulaire economie
- Een economie die grondstoffen zo lang mogelijk hergebruikt, herstelt en recyclet. Afval wordt de grondstof voor een nieuw product.
- Closed-end fonds
- Een fonds met een (nagenoeg) vaste omvang. Na de inschrijfperiode komen er geen nieuwe participaties meer bij.
- CO₂-beprijzing
- Een prijs op CO₂-uitstoot, via belasting of verhandelbare rechten, om uitstoot af te remmen en verduurzaming aan te moedigen.
- CO₂-certificaten
- Verhandelbare eenheden die elk staan voor één ton CO₂ die door een gecertificeerd project is verminderd, vermeden of uit de atmosfeer gehaald. Bedrijven kopen ze om hun restuitstoot te compenseren, op verplichte (compliance) of vrijwillige markten. De kwaliteit en verificatie lopen sterk uiteen.
- CO₂-compensatie
- Restuitstoot neutraliseren door elders CO₂ te verminderen, te vermijden of vast te leggen, bijvoorbeeld via grootschalige herbebossingsprojecten. Compensatie komt ná het verminderen van de eigen uitstoot en vervangt dat niet.
- CO₂-equivalent (CO₂-eq)
- Eén rekeneenheid voor alle broeikasgassen: de opwarmende werking van elk gas, omgerekend naar de hoeveelheid CO₂ met hetzelfde effect. Zo zijn gassen onderling vergelijkbaar.
- CO₂-voetafdruk
- De totale hoeveelheid CO₂ die een activiteit, persoon, bedrijf of product uitstoot, rechtstreeks en via de keten. Andere broeikasgassen worden meegeteld door ze om te rekenen naar CO₂-equivalent.
- Compliancemarkt
- De gereguleerde markt waar bedrijven wettelijk verplicht CO₂-rechten of -certificaten moeten inleveren, zoals onder het EU-emissiehandelssysteem (EU ETS).
- Correlatie
- Hoe sterk twee beleggingen samen bewegen. Beleggingen die weinig met elkaar correleren, verlagen samen het risico van uw portefeuille.
- CSRD
- Corporate Sustainability Reporting Directive. De Europese richtlijn die grote ondernemingen verplicht te rapporteren over duurzaamheid, via de European Sustainability Reporting Standards (ESRS).
D
- Derivaten
- Financiële producten waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende waarde, zoals een aandeel, index of grondstof. Beleggers gebruiken ze om risico's af te dekken of om te speculeren. Opties en termijncontracten zijn voorbeelden.
- Diversificatie
- Uw beleggingen spreiden over meerdere beleggingen, sectoren, regio's of categorieën om risico te beperken.
- Dividend
- Het deel van de winst dat een onderneming uitkeert aan haar aandeelhouders.
- DNSH
- DNSH (Do No Significant Harm). Een beginsel uit de SFDR: een duurzame belegging mag geen ernstige schade toebrengen aan andere milieu- of sociale doelen. Verplicht voor Artikel 9-fondsen.
- Doelrendement
- Het rendement dat een fonds nastreeft, per jaar of over de looptijd. Een streefwaarde, geen garantie: de uitkomst kan hoger of lager zijn.
- Dubbele materialiteit
- Het principe dat een bedrijf bij duurzaamheidsrapportage naar twee kanten kijkt: hoe duurzaamheid het bedrijf financieel raakt, én hoe het bedrijf zelf mens en milieu raakt. Verplicht onder de CSRD.
- Duurzaam beleggen
- Beleggen waarbij u naast rendement ook let op milieu, maatschappij en bestuur (ESG). De SFDR ziet een belegging als duurzaam wanneer die bijdraagt aan een milieu- of sociaal doel zonder andere doelen ernstig te schaden.
- Duurzame Ontwikkelingsdoelen
- De Nederlandse naam voor de 17 Sustainable Development Goals (SDG's) die de Verenigde Naties in 2015 vaststelden, met doelen tot 2030 voor onder meer armoede, klimaat, natuur en water. Beleggers gebruiken ze als kader om te beschrijven aan welke doelen een belegging bijdraagt.
E
- Ecosysteemdiensten
- Wat de natuur gratis levert en waar economie en samenleving op draaien, zoals schoon water, bestuiving, CO₂-opslag en een vruchtbare bodem.
- Effecten
- Verhandelbare financiële waardepapieren, zoals aandelen en obligaties.
- Emissiereductie
- De uitstoot van broeikasgassen verlagen, bijvoorbeeld door zuiniger energiegebruik of het vervangen van fossiele bronnen. Anders dan compensatie, waarbij uitstoot elders wordt geneutraliseerd.
- ESG
- ESG (Environmental, Social en Governance). De manier waarop de niet-financiële prestaties van een bedrijf of belegging worden beoordeeld, langs drie criteria: milieu (Environmental), omgang met mensen (Social) en bestuur en transparantie (Governance).
- ETF
- ETF staat voor Exchange Traded Fund: een beursgenoteerd fonds dat meestal een index volgt en zo een mand aan aandelen of obligaties in één product bundelt.
- EU ETS
- Het EU-emissiehandelssysteem. Bedrijven moeten hierin rechten inleveren voor hun CO₂-uitstoot. Een van de belangrijkste instrumenten voor CO₂-beprijzing in Europa.
- EU-taxonomie
- Een Europees classificatiesysteem (Verordening 2020/852) dat vastlegt welke activiteiten duurzaam zijn. Een activiteit telt mee als ze substantieel bijdraagt aan minstens één van zes milieudoelen, de andere vijf niet ernstig schaadt (DNSH), aan minimale sociale normen voldoet en aan de technische criteria per activiteit.
F
- Fonds voor Gemene Rekening (FGR)
- Een Nederlandse vorm voor collectief beleggen, met een duidelijke scheiding tussen beheer, bewaring en administratie. Deelname verloopt via participaties; het FGR is zelf geen rechtspersoon.
- Fondsbeheerder
- De partij die een beleggingsfonds beheert: het beleggingsbeleid uitvoert, de beleggingen selecteert en het fonds dagelijks aanstuurt binnen de voorwaarden. GroenVermogen is een fondsbeheerder.
- Fondstype
- De juridische vorm van een fonds: open-end (wisselend aantal participaties) of closed-end (vast aantal participaties).
- Fondswaarde (NAV)
- Zie Netto Vermogenswaarde (NAV).
G
- Gedekte optie
- Een optie waarbij de onderliggende waarde daadwerkelijk in de portefeuille aanwezig is. GroenVermogen kan gedekte opties inzetten, niet om te speculeren, maar om risico te dempen en het rendement te verhogen.
- Gekwalificeerde belegger
- Een belegger die volgens de wet als professioneel of voldoende deskundig en draagkrachtig geldt. Fondsen onder de AIFMD-vrijstelling richten zich op deze groep, met een minimuminleg vanaf €100.000.
- Greenwashing
- Duurzaamheid mooier voorstellen dan ze is, waardoor een product, bedrijf of fonds groener lijkt dan het werkelijk is.
- Groene obligaties
- Een obligatie is een lening aan een overheid of bedrijf, waarvoor u rente ontvangt. Bij groene obligaties gaat de opbrengst uitsluitend naar milieuvriendelijke of klimaatpositieve projecten, zoals duurzame energie of natuurherstel. De markt volgt de Green Bond Principles van ICMA.
H
- Hefboom (leverage)
- Beleggen met geleend geld of met derivaten om een groter effect te bereiken. Een hefboom vergroot zowel de winst als het verlies. De fondsen van GroenVermogen maken hier geen gebruik van.
- Herbebossing
- Opnieuw bos aanplanten op grond waar eerder bos stond. Goed voor o.a. CO₂-opslag, biodiversiteit, de waterhuishouding en het tegengaan van bodemerosie.
I
- Impact beleggen
- Beleggen waarbij het maken van meetbare, positieve impact op mens of milieu een uitgesproken doel is, naast rendement. Het draait om een bewuste keuze voor die impact, aantoonbare toegevoegde waarde en het meten van het resultaat.
- Impactmeting
- De werkelijke sociale of ecologische effecten van een belegging meten, met vooraf vastgelegde en extern gecontroleerde indicatoren. Bekende kaders zijn de UN SDG's en het TNFD-raamwerk.
- Indexfonds
- Een fonds dat een beursindex volgt in plaats van actief aandelen te selecteren. Het beweegt daardoor mee met de hele index.
- Inflatiebescherming
- Het vermogen van een belegging om haar waarde vast te houden of te laten groeien als de prijzen stijgen. Reële bezittingen zoals grond en vastgoed bewegen op lange termijn vaak mee met de inflatie.
K
- Klimaatneutraal
- De toestand waarin de uitstoot van broeikasgassen in evenwicht is met de hoeveelheid die uit de atmosfeer wordt gehaald. Het Parijs-akkoord streeft naar wereldwijde klimaatneutraliteit in de tweede helft van de 21e eeuw.
- Klimaatrisico
- Het financiële risico dat samenhangt met klimaatverandering. Er zijn fysieke risico's (schade door extreem weer, droogte of overstromingen) en transitierisico's (de gevolgen van de overgang naar een koolstofarme economie). Diezelfde transitie biedt juist ook kansen voor bedrijven die erop inspelen.
- Koers
- De actuele prijs waartegen een aandeel, obligatie of ander effect op de markt wordt verhandeld.
- Koolstofopslag
- Koolstof (CO₂) uit de lucht vastleggen en langdurig opslaan, bijvoorbeeld in groeiende bossen, herstellende veengebieden of een gezondere bodem. Natuur- en landherstelprojecten kunnen zo CO₂-certificaten opleveren.
L
- Landgoed
- Historisch bezit met een mix van bos, water, landbouwgrond en gebouwen, beheerd als één geheel. Landgoederen staan vrijwel nooit op de beurs en vragen een breed netwerk om te verwerven.
- Liquiditeit
- Hoe snel en zonder groot waardeverlies u een belegging kunt omzetten in geld.
- Lopende kosten (kostenratio)
- De jaarlijkse kosten van een fonds voor beheer en administratie, als percentage van het fondsvermogen. Ze gaan af van uw rendement.
M
- Minimuminleg
- Het laagste bedrag waarmee u in een fonds kunt instappen. Bij GroenVermogen verschilt dit per fonds.
- Monocultuur
- Het telen van één enkel gewas op een groot oppervlak. Efficiënt op korte termijn, maar het put de bodem uit en verkleint de biodiversiteit, anders dan bij agroforestry of regeneratieve landbouw.
- MVO
- Maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een bedrijf weegt economische, sociale en ecologische belangen mee in zijn strategie, verder dan de wet verplicht.
N
- Natuurherstel
- Aangetaste natuur terugbrengen naar een gezondere, sterkere staat, bijvoorbeeld via herbebossing of herstel van veengebieden en waterlopen.
- Natuurinclusieve landbouw
- Landbouw die de natuur en biodiversiteit versterkt in plaats van uitput, bijvoorbeeld door akkerranden, gevarieerde gewassen en ruimte voor dieren en planten op en rond het bedrijf.
- Net zero
- Engels voor klimaatneutraal.
- Netto nul
- Zie klimaatneutraal.
- Netto Vermogenswaarde (NAV)
- De waarde van alle bezittingen van een fonds min de schulden, gedeeld door het aantal participaties. Wordt periodiek berekend en bepaalt wat een participatie waard is.
O
- Obligatie
- Een lening aan een overheid of bedrijf. U ontvangt rente en aan het eind van de looptijd uw inleg terug, zolang de uitgever aan zijn verplichtingen voldoet.
- Open-end fonds
- Een fonds waarin u op vaste momenten kunt in- en uitstappen. De omvang van het fonds wisselt mee.
- Optie
- Het recht om een onderliggende waarde, zoals een aandeel, binnen een bepaalde periode tegen een vaste prijs te kopen (calloptie) of te verkopen (putoptie). Opties zijn derivaten.
P
- Pacht
- Het verhuren van landbouwgrond aan een pachter (boer of tuinder) voor een vaste prijs.
- PAI
- Principal Adverse Impacts: de belangrijkste negatieve effecten van beleggingen op duurzaamheidsfactoren, zoals klimaat, biodiversiteit, water en mensenrechten.
- Parijs-akkoord
- Het internationale klimaatverdrag uit 2015, ondertekend door bijna alle landen. Het wil de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder de 2 °C, en bij voorkeur tot 1,5 °C, ten opzichte van het pre-industriële niveau, door de uitstoot van broeikasgassen structureel te verlagen.
- Participatie
- Een bewijs van deelname in een beleggingsfonds. De waarde beweegt mee met de fondswaarde (NAV). Bij GroenVermogen koopt het fonds participaties op vaste momenten in; ze zijn niet vrij verhandelbaar.
- Private equity
- Beleggen in bedrijven of projecten die niet op de beurs staan. Vaak minder liquide en met een langere horizon, maar met kans op een hoger rendement.
- Prospectus
- Een uitgebreid informatiedocument over een fonds, met het doel, de kosten, de risico's en de voorwaarden. GroenVermogen heeft geen prospectusplicht, maar stelt er vrijwillig een beschikbaar.
- Putoptie
- Het recht om een onderliggende waarde, zoals een aandeel, binnen een bepaalde periode tegen een vaste prijs te verkopen. Een putoptie wordt gekocht bij een verwachte koersdaling, of om zich daartegen te beschermen.
R
- Regeneratieve landbouw
- Landbouw die de bodem, de biodiversiteit en de waterhuishouding actief herstelt en koolstof (CO₂) kan vastleggen. Denk aan zo min mogelijk ploegen, gewasrotatie, bodembedekkers, agroforestry en vee dat in het systeem meedraait.
- Rendement
- Wat een belegging over een periode oplevert, uit inkomsten en waardeverandering samen. Vaak uitgedrukt als percentage van de inleg, zodat beleggingen vergelijkbaar zijn.
- Rentmeesterschap
- Zorgvuldig en verantwoord beheren van land, natuur en bezit voor volgende generaties. Bij beleggen: grond en ecosystemen zo beheren dat hun ecologische waarde behouden blijft of groeit.
S
- SDG's
- Sustainable Development Goals. De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen die de VN in 2015 vaststelde als wereldagenda tot 2030, zoals klimaatactie (SDG 13), leven op het land (SDG 15), schoon water (SDG 6) en geen honger (SDG 2). Fondsbeheerders gebruiken ze als kader voor impactdoelen.
- SFDR
- Sustainable Finance Disclosure Regulation (EU 2019/2088). De Europese verordening die fondsbeheerders verplicht open te zijn over duurzaamheid. Elk fonds wordt ingedeeld in een van drie categorieën: Artikel 6, 8 of 9, afhankelijk van de duurzaamheidsambitie.
- Short gaan (shortpositie)
- Inspelen op een koersdaling door een effect te verkopen dat u niet bezit, met de bedoeling het later goedkoper terug te kopen. GroenVermogen past dit in zijn fondsen niet toe.
T
- TCFD
- Task Force on Climate-related Financial Disclosures. Een raamwerk voor klimaatrapportage, opgezet op verzoek van de G20. Het helpt bedrijven en fondsbeheerders open te zijn over klimaatrisico's en de financiële kansen daarbij. De taskforce is in 2023 opgeheven; de aanbevelingen leven voort in nieuwere internationale rapportagestandaarden.
- TNFD
- Taskforce on Nature-related Financial Disclosures. Een raamwerk uit 2023 voor rapportage over natuurrisico's en -kansen. Het volgt de aanpak van de TCFD, maar dan voor biodiversiteit en ecosystemen.
- Transitierisico
- Het risico dat bezittingen die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen waarde verliezen naarmate de wereld verduurzaamt, bijvoorbeeld door strengere regels, hogere CO₂-prijzen of veranderende vraag. Voor wie juist op de transitie inspeelt, is het omgekeerd een kans.
U
- Uitsluitingsbeleid
- Bepaalde sectoren, activiteiten of bedrijven bewust buiten de portefeuille houden op ethische, ecologische of sociale gronden. GroenVermogen sluit bijvoorbeeld fossiele brandstoffen en activiteiten die ontbossing veroorzaken uit.
- UN SDG's
- Afkorting voor de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties: 17 doelen voor duurzame ontwikkeling tot 2030. In fondsrapportages worden ze vaak gebruikt om impact te koppelen aan een concreet doel, zoals klimaatactie (SDG 13) of leven op het land (SDG 15).
V
- Valutarisico
- Het risico dat schommelingen in wisselkoersen het rendement beïnvloeden bij beleggingen in een andere munt dan de euro.
- Volatiliteit
- Hoe sterk de waarde van een belegging op korte termijn schommelt. Meer volatiliteit betekent grotere uitslagen, omhoog en omlaag.
- Vrijwillige CO₂-markt (VCM)
- De markt waarop bedrijven en particulieren vrijwillig CO₂-certificaten kopen om uitstoot te compenseren, los van een wettelijke plicht.
W
- Wft
- Wet op het financieel toezicht. De Nederlandse wet die het toezicht op financiële instellingen, producten en markten regelt.
Meer vragen?
Onze fondsspecialisten lichten elk begrip graag feitelijk toe in een vrijblijvend gesprek.

